Wandelen

Bossen en bomen op de Veluwezoom

De ATAG Posbankloop voert voor een groot deel door het prachtige Nationaal Park Veluwezoom, het oudste nationale park van ons land. Met een oppervlakte van 5.000 hectare is het een van de grootste aaneengesloten natuurgebieden in Nederland. Het park is eigendom van de Vereniging van Natuurmonumenten.

Op verzoek van de organisatie van de ATAG Posbankloop schrijft ecoloog Elmar Prins van Buiting Advies Natuur Landschap in Dieren (www.buiting.nl) regelmatig een artikel over het natuurgebied dat de hardlopers en wandelaars doorkruisen. Hieronder zijn meest recente bijdrage (januari 2010).

Beekhuizenseweg
De Beekhuizenseweg tussen het 9- en 12-kilometerpunt ligt in een dal tussen hellingbossen.

Bossen en bomen op de Veluwezoom
De fanatieke deelnemers aan de Posbankloop zullen vooral in maanden waarin het zonovergoten en warm is stilstaan (nou ja…) bij het feit dat de route voor een groot deel door de bossen van de Veluwezoom voert. De wandelaars hebben vanzelfsprekend meer tijd om te genieten van de prachtige bossen en zich te verwonderen over de enorme eiken en beuken op hun pad.

Deze keer wil ik graag gebruiken om iets meer te vertellen over de bossen en bomen van de Veluwezoom. Ik zou het ‘een ode aan de bossen’ willen noemen, maar daarmee zou ik gezien de beperktheid van deze bijdrage onrecht doen aan de enorme waarde van de bossen voor mens en natuur.

Beuk
Imposante beuk langs het Ossendaalselaantje, het bospad langs de rijksweg tussen Velp en Rheden.

Beuken, eiken, berken en dennen
De Veluwezoom is één van de dichtst beboste gebieden van Nederland. Toch kom je er niet zoveel verschíllende soorten bomen tegen. Dit komt doordat de variatie in grondsoorten en de beschikbaarheid van vocht beperkt is. Vrijwel overal is sprake van arme zandgronden, een diepe grondwaterstand (dieper dan boomwortels groeien) en een gering vochthoudend vermogen van de bodem. Algemene boomsoorten op de Veluwezoom zijn beuk, ruwe berk, zomereik en grove den.

Beuk
De beuk is een inheemse boomsoort die zich ongeveer 3.000 jaar geleden in Nederland heeft gevestigd. Op de Veluwezoom groeit deze boom bij voorkeur op de wat lemige gronden. Dat zijn gronden die bestaan uit hele fijne zanddeeltjes. Hierdoor is het vochthoudend vermogen beter dan dat van de andere zandgronden, en bovendien zit er iets meer voedsel in.

Op deze lemige gronden kunnen de beuken een enorme hoogte bereiken, van soms wel bijna 40 meter. Op gewone zandgronden worden ze lang zo hoog niet. In beukenbossen groeien in het algemeen weinig planten. Dat komt doordat de kronen van het beukenbos weinig licht doorlaten en doordat het blad slecht verteert, waardoor slechte humus ontstaat. Een plant die we wel vaak aantreffen in eiken- en beukenbossen is de adelaarsvaren. Je ziet regelmatig dat de bodem geheel is bedekt met deze hoge varen. In de bosbouw is men daar niet altijd even gelukkig mee, omdat zich op die plaatsen moeilijk jonge bomen ontwikkelen.

Zomereik
Philemon en Baucis in het bos langs de Beekhuizenseweg bij de splitsing naar de Bovenallee.

Zomereik
De zomereik is al veel langer in Nederland dan de Beuk, namelijk al zo’n 9.000 jaar. Deze boomsoort is weinig kieskeurig en kan op allerlei grondsoorten groeien. Op de Veluwezoom kan de zomereik dan ook overal worden aangetroffen. Zelfs op hele arme, droge zandgronden.

De zomereik is een hele langzame groeier, waardoor hij slecht kan ‘concurreren’ met sneller groeiende bomen zoals de beuk. Als de bodem ook maar een klein beetje geschikt is voor de beuk, zal deze de zomereik gemakkelijk verdringen.

Op veel plaatsen op de Veluwezoom is de zomereik als hakhout in cultuur geweest. De boom is daar zeer voor geschikt, omdat hij makkelijk weer uitloopt als takken zijn verwijderd. Oude hakhoutbossen zijn te herkennen aan de typische stobben onder aan de stam. Een stob is een soort knot zoals bij een knotwilg, maar dan helemaal onder aan de stam.

Zomereiken kunnen veel ouder worden dan Beuken. Op de Beekhuizenseweg bij de splitsing naar de Bovenallee staan twee hele oude zomereiken, die bekendstaan onder de namen Philemon en Baucis. Ze zijn genoemd naar een prachtig verhaal uit de oudheid waarin Philemon en Baucis, als dank, door Zeus worden veranderd in een eik en een linde, die naast elkaar, met de stammen ineengevlochten, nog eeuwen van elkaar kunnen genieten.

Ruwe berk
De berk is door zijn opvallende witte stam misschien wel de meest herkende boom van Nederland. Toch zijn er twee soorten berken in Nederland, de ruwe berk en de zachte berk, die niet altijd even gemakkelijk zijn te onderscheiden.

De ruwe berk groeit relatief meer op droge, zandige plaatsen en komt dus op de Veluwezoom vrij veel voor. Feitelijk kan deze boom op bijna alle grondsoorten uit de voeten, net als de zomereik. Maar waar de zomereik als nadeel heeft zijn trage groei, heeft de ruwe berk een grote lichtbehoefte als harde eis.

Waar het bos zich meer sluit en schaduwtolerante soorten zoals de beuk zich vestigen, verdwijnt de berk juist. In bossen met eiken en berken groeien veel meer planten op de bodem dan in beukenbossen, omdat deze bomen veel meer licht doorlaten.

Grove den
Grove den op het Rozendaalse zand.

De grove den
De grove den kan op de allerarmste zandgronden het best overleven van allemaal en komt onder meer op stuifzanden voor. In het begin van de twintigste eeuw is deze boomsoort daar veel aangeplant om het stuivende zand vast te houden.

Ook zijn veel grove dennen aangeplant voor de mijnindustrie. Met de stammen van de grove den werden de wanden gestut. Men noemt het grove dennenhout ook wel kraakhout. Voordat het hout knapt kraakt het. Zo wisten mijnwerkers tijdig dat ze de mijngang moesten verlaten. Of dit werkelijk het geval was en of zo ook daadwerkelijk mensenlevens zijn gered, is mij niet bekend.

Dood hout

Dood hout
Liggend dood hout met prachtige paddenstoelen.

Dood hout
In veel bossen zien we tegenwoordig weer veel meer dood hout dan een jaar of dertig geleden. Destijds werd het dode hout uit de bossen verwijderd, terwijl natuurbeherende instanties het dode hout tegenwoordig juist in het bos laten liggen.

Ook worden dode bomen niet meer omgezaagd, mits dat om veiligheidsredenen noodzakelijk is. De reden hiervoor is dat veel dieren, planten en paddenstoelen van dood hout afhankelijk zijn. Een andere reden is dat staand, dood hout door andere dieren wordt gebruikt dan liggend dood hout. Staand hout is van belang voor bijvoorbeeld spechten en het vliegend hert.

Het vliegend hert is de grootste kever van Nederland en komt voor op een enkele plek op de Veluwezoom. De larve leeft enkele jaren in dode, staande dikke eiken. In en onder liggend dood hout leven weer allerlei andere organismen. Het klinkt misschien raar, maar in een ‘gezond bos’ is enkele tientallen procenten van de aanwezige bomen dood.

 

 

website: simplex interactive